Vandaag, 12 april vieren wij hier “de dag van het kind”. Uiteraard stellen we ons de vraag of
er veel te vieren valt. Unicef wijst ons op allerlei zwakke punten: toegang tot
onderwijs, recht op gezondheidszorg, een veilige omgeving zonder geweld, geen kinderarbeid,
geen honger lijden, beschermd worden
tegen ziektes en ruimte voor ontspanning. Vullen we deze aandachtspunten in op
basis van westerse criteria en normen, dan geraken we niet boven de 50%.

In het
dagelijks werk dat we met Mano a Mano Bolivia realiseren in de afgelegen
dorpjes van Bolivia confronteren we ons vaak met allerleid situaties die niet
ideaal zijn. Kunnen kinderen gelukkig al wel naar school dan gebeurt het in
omstandigheden die helaas beneden alle peil zijn. Zoiets doet zeer en
moedigt aan om meteen hulp te bieden.

De materiële omstandigheden zijn verre van ideal en moeten
verbeterd worden. Daar werken
we aan samen met velen.

En toch…

Maar in
diezelfde gebrekkige omstandigheden zie je kinderen die het leuk vinden om naar
school te gaan en die er plezier maken. Ze vechten en ravotten en het
zijn absoluut geen watjes. Het
gevoel overheerst dat deze kinderen al op zeer jonge leeftijd leren hoe ze hun
leven zin en betekenis moeten geven. Hoe ze er ook zullen overleven. Ze
beseffen beter dan wie ook dat ze er samen voor staan: met hun familie, hun
vriendjes, hun juf of de meester.

Dat besef
en die manier van leven moeten zij niet meteen uit handen geven.